Gebouwen
De Oude Kerk
Historie
De Oude Kerk is een van de oudste kerkgebouwen op de Veluwe. In 960 schenkt keizer Otto I aan het door hem gestichte Mauritius-klooster in Maagdenburg: 1 mansum, 30 hectare grond, zo groot als een hoeve. Dit is de grond van het oude dorp, waarvan de dorpskerk het midden vormde. In die oorkonde wordt eveneens de grond 1 mansum in Rheden genoemd. Landbezit zo ver weg werd later afgestaan in het geval van Ermelo en Rheden aan de bisschop en het bisdom waar het land geografisch onder viel: bisschop Ansfried van Utrecht. Dan is er nog een oorkonde bewaard gebleven: in een Vidimus van 1028 wordt verwezen naar het bestaan van de Ermeloosche kerk in 1006. Toen stichtte de voornoemde bisschop Ansfried van Utrecht een benedictijner Abdij in Amersfoort en schonk daarbij een aantal kerken waaronder die van Ermelo aan de nieuw-gestichte abdij. Zij vormden inkomsten voor de abdij. Deze gift werd door Keizer Koenraad II de Salier in 1028 bevestigd: ..et quinque ecclesias, sitas in locis Hermelo, Rheten, Santwich, Hamirthe, Lusdin.
De Oude Kerk is dus gebouwd ergens tussen 960 en 1006.
Oudheidkundig bodemonderzoek, dat kort voor de restauratie (1970-1973) van de Nederlands Hervormde kerk in Ermelo is verricht, heeft uitgewezen dat deze kerk voorafgegaan is door een houten zaalkerkje van 10 x 21 meter.
In 1599 werd pastoor van Cooth predikant en zijn parochianen gemeenteleden.
Oerdikke muren met zwarte kloostermoppen en twee kleine ramen tussen de vroeggotische koorramen. In de buitenmuren van het koor zijn de verschillende gebruikte steensoorten nog duidelijk te onderscheiden. De oudste zijn van oertufsteen, ook wel ijzeroer genaamd. Ze hebben een zwarte kleur en werden, als beekafzetting, wel in de naaste omgeving gevonden. In de jaren 1100-1200 maakte men gebruik van de römer tufsteen, die met vlotten langs de Rijn vanuit Duitsland werd aangevoerd. Het zijn de grijze stenen. In de muren zijn ook nog veldkeien gevonden, het beton van de middeleeuwen. Men was zuinig op het dure materiaal. Na 1200 werden de eerste bakstenen gebruikt. Ze worden ook wel kloostermoppen genoemd. We vinden ze onder de ramen van het koor.
Aan de noordgevel van het koor is duidelijk te zien, dat hier een sacristie is geweest. En later een school. Deze is later verdwenen. Al met al is aan de buitenmuren van de kerk, met name aan de kant van het koor, duidelijk een stuk bouwgeschiedenis af te lezen.
Wanneer we onder de mooie TOREN naar binnen gaan, vallen de prachtige bogen ons op. Ze zijn romaans maar neigen tot het gotische. Het kerkschip is hoog en dateert, net als het huidige koor, uit de twaalfde eeuw.
In de 15e eeuw werd het kerkschip verhoogd. Het romaanse maakt gedeeltelijk plaats voor het gotische. Dit geldt ook voor de torenspits.
Liturgisch centrum
Bij binnenkomst van de kerk vanuit ‘onder de toren’ zien we het liturgisch centrum. Op de scheiding van kerkschip en koor bevindt zich de zeventiende eeuwse kansel. Deze werd reeds in 1910 door de Ermelose Kerkvoogdij aangekocht in het Brabantse Kaatsheuvel. Bij de goede beurt, die de preekstoel gedurende de laatste restauratieperiode kreeg, bleken er twee mooie oude psalm- en gezangborden in verborgen te zitten. Die werden inmiddels geplaatst tegen de oostelijk muur van het kerkschip.
Tegen de koorronding staat de oude romaanse doopvont, daterend uit de twaalfde eeuw. De kleine doopvont die nu in het koor staat is vroeger een wijwatervat geweest. Zowel de grote doopvont, als de kleine doopvont komen uit Bentheim.
Onder de weer opengebroken en in eer herstelde triomf boog door lopend, betreden we het KOOR.
Dit koor is bij de recente restauratie weer geheel bij de kerk getrokken. Met grote erkentelijkheid willen we hier vermelden, dat wijlen mejuffrouw Wilhelmina Drost, overleden op 10 oktober 1967, een bedrag van f 63.000, legateerde aan de kerk, voor restauratie van het kooreind en verdere herstellingen aan de Oude Kerk.
Wie meer wil lezen over de gewelf-ribben met de kraagstenen en de daarop afgebeelde ondeugden en de sluitsteen met de afbeelding van het hoofd van Christus “maar zie in het hoge sluitstuk der bogen de lieflijke ogen van Christus gelaat” wordt verwezen naar het boek dat in 2018 verscheen “ROND ERMELS KERK”, een uitgave van de Historische Vereniging Ermeloo”.
Toren
De in tufsteen gebouwde Romaanse toren had van oorsprong (van voor 1200) een kortere spits.
Bij de grote restauratie van de kerk, die plaats vond in de jaren 1970-1973, onder architectuur van ir. T. van Hoogevest, werd besloten de beide aanbouwen uit de 19e en 20ste eeuw af te breken en de oorspronkelijke plattegrond te herstellen. Het koor, dat vóór de restauratie tot portaal was gedegradeerd, werd opnieuw bij de kerk getrokken. De historische hoofdtoegang tot de kerk werd via de toren in ere hersteld. De toren diende vroeger om de kerk aan de westzijde te beschermen tegen de aanvallen. De dikke muren, de met ijzer beslagen deuren en de schietsleuven wijzen nog op de praktische betekenis voor verdediging.
Boven de spits van de toren ziet men achtereenvolgens een bal, een kruis en een haan, oorspronkelijke afweermiddelen tegen onheil.
De Oude Kerk heeft een klok die dateert uit 1459. Op deze klok met een doorsnee van 1.30 meter (de mannenklok) staat: Paulus vocor anno domini 1459 Johannes Hoercken et Wilhelmus Hoercken me fecerunt. (Ik heet Paulus genoemd naar de Paulus abdij - in het jaar 1459 hebben Johannes en Willem Hoercken mij gemaakt). De kleine klok is heeft een diameter van 51,5 cm en de opschriften "van Bergen", "Heiligerlee" en "1949". Deze is de opvolger van de oorspronkelijke vrouwenklok, die in de oorllog door de bezetter is weggevoerd. Deze had als opschrift: "Claes Noorden et Ian Albert de Grave me feceunt Amstelodami a 1705.". De klokken waren van grote betekenis voor de gemeenschap. Meer dan één persoon kon luiden waardoor er een krachtiger geluid werd voortgebracht. Dit was nodig in geval van brand. Men sprak dan ook van de brandklok. Sinds de Franse tijd behoren alle toenmalige kerktorens aan de burgerlijke gemeente.
Ook de toren van de Oude Kerk is eigendom van de burgerlijke gemeente.
Ramen
De gebrandschilderde ramen in het koor werden bij de laatste restauratie geschonken. Ze zijn vervaardigd door glazenier Pieter Geraerds. In het raam aan de noordzijde, de oud-testamentische kant, is het offer van Abraham afgebeeld. Aan de zuidzijde het overeenkomstige nieuw-testamentische verhaal, twee kleinere ramen met afbeeldingen van de Goede Herder uit het evangelie en het Lam dat oevrwint, uit het laatste bijbelboek.
Doopvonten
Ook de zandstenen doopvonten kennen een lange historie. Ze stammen uit de Romaanse periode. Het kleine exemplaar is hoogstwaarschijnlijk een wijwaterbekken geweest. In het boek over de Oude Kerk is er een hoofdstuk aan gewijd. Met als apart detail de stenen touwen aan de bovenrand, verwijzend naar de houten vonten, die door touwen bijeen werden gehouden.
Na de Reformatie heeft men het uit de kerk verwijderd en heeft het lange tijd op het kerkhof gelegen. Ook heeft het kleine vont voor de helft in de grond gegraven gezeten waardoor het diende als ‘podium’ voor de koster die zondags na kerktijd het nieuws van de week verkondigde. In 1967 is het kleine vont gerestaureerd en als doopvont in gebruik genomen.
Grafstenen
In de Oude Kerk liggen drie grafstenen waarvan twee met eenzelfde sterfdatum. Het verhaal gaat dat een woordenwisseling tussen de schout en de predikant in Staverden tot een openlijk gevecht is uitgelopen. Beiden zouden daarbij zijn overleden.
Zitplaatsen
De kerk heeft in zijn huidige vorm 400 zitplaatsen.
Orgel
Wanneer we, zittend op één van de 400 oud-Hollandse kerkstoelen, de ruimte op ons laten inwerken en we kijken eens even achterom, dan worden we ongetwijfeld getroffen door het prachtige ORGEL. Het werd gebouwd voor de kleine kerk, oorspronkelijk de kapel van het Sint Jacobsgasthuis in den Briel door de Utrechtse orgelbouwers Gideon Thomas Bätz in Utrecht. Bätz bouwde een één-klaviers instrument met negen registers voor fl. 1.400,00. Het instrument werd op 21 augustus 1816 in gebruik genomen. Het keuringsrapport beschrijft het orgel positief: De toon is liefelijk en doordringend. Het pijpwerk is van goede specie, behoorlijk geïntoneerd. Het is één van de vijf orgels in Rococostijl, die er nog van orgelbouwer Bätz over zijn.
In de jaren 1957-1958 restaureerde orgelmaker Ernst Leeflang het instrument. De overplaatsing van Den Briel (Jacobskerk) naar Ermelo heeft de kwaliteit van het orgel niet verbeterd en zodoende moest Leeflang het in 1977 weer restaureren. Het orgel staat op de monumentenlijst. De schilder J. van Beest ontdekte onder een gele verflaag de rode en zorgde voor een verrassend resultaat!
Voor de specifieke informatie over het orgel wordt verwezen naar de informatie op deze site.
Wijkcentrum De Hoeve
Naast de Oude Kerk staat het wijkcentrum de Hoeve; een oude boerderij in 1971 aangekocht van de burgerlijke gemeente Ermelo en gelijk gerestaureerd met de kerk. De bij de restauratie ingemetselde steen is afkomstig van het christelijk schoolhuis, gesticht door ds. Witteveen, dat "de Hoeve" heette.
De Hoeve en de kerk zijn met elkaar verbonden door een "glazen gang". Deze gang sluit aan op de deuropening aan de noordkant uit 1006.
De Hoeve is het wijkgebouw van de gemeente, waar de meeste gemeentelijke activiteiten plaatsvinden. In dit gebouw bevinden zich vergaderfaciliteiten zowel op de begane grond als op de zolder, inclusief koffiezetcapaciteit en een keuken Ook zijn er ruimtes voor de kindercreche, de kindernevendienst en de jeugdkerk. In het voorgebouw bevindt zich de consistorie (sacristie).
Bron: Gert Hofsink, Tineke Idema, Peter van der Velde, Steven van Loo en Natalie Overkamp, Kerkenfietsroute, Stichting Natuur- & MilieuPlatform, Ermelo,
Bijgewerkt apr 2026